In dit artikel spreken we Debby Dekkers (Head of Commerce) en Maarten van der Wilt (Managing Director) van de Business Unit HCI Paramedie over wat een elektronisch patiëntendossier (EPD) moet bieden in de paramedische zorg van de toekomst.
Eén patiënt, drie dossiers
De paramedische praktijk is volop in beweging. Steeds meer praktijken groeien uit tot een team en werken samen met andere disciplines. De software waarin zorgverleners hun werk vastleggen, groeit daar niet altijd vanzelf in mee.
“Ga maar eens een gezondheidscentrum binnen,” zegt Debby Dekkers. Ze schetst een hedendaags voorbeeld van een patiënt die met overgewicht en knieklachten bij de fysiotherapeut komt. De fysiotherapeut verwijst hem door naar de diëtist verderop in de gang. Omdat zooltjes misschien ook helpen, kijkt de podotherapeut mee. Zo behandelen drie zorgverleners onder één dak dezelfde patiënt. Toch heeft hij bij ieder van hen een eigen dossier en meldt hij zich drie keer opnieuw aan. Dat is vervelend voor de patiënt, die drie keer zijn verhaal moet vertellen. Voor de zorgverleners is het ook niet handig, omdat ze niet zien wat hun collega’s al hebben vastgelegd en dezelfde informatie opnieuw moeten opvragen.
Voor Maarten van der Wilt is dat een herkenbare situatie. “De zorg staat niet meer op zichzelf,” zegt hij. “Als praktijk ben je onderdeel van een ecosysteem. Dan moet je softwareleverancier dat ook ondersteunen.” Een EPD moet volgens hem daarom meer doen dan vastleggen wat er is gebeurd. Het moet meedenken, meewerken en meegroeien met wat er speelt in de paramedische praktijk.
Kijken vanuit de behandelkamer en vanuit de data
Debby en Maarten kijken elk vanuit een eigen achtergrond naar de ontwikkelingen in de paramedische zorg. Debby studeerde in 2001 af als fysiotherapeut en werkte als zorgverlener in verzorgingshuizen, particuliere praktijken en de arbeidsfysiotherapie. Later zette ze met twee partners een thuiszorgwinkel op. Bij SpotOnMedics bezocht ze jarenlang fysiotherapiepraktijken als praktijkadviseur. In die rol keek ze samen met praktijkhouders waar zij in hun dagelijkse werk tegenaan liepen, en liet ze zien hoe hun EPD dat werk makkelijker kon maken. Nu is ze binnen HCI verantwoordelijk voor sales, implementatie, customer success en marketing voor de paramedische zorg.
Maarten begon als softwareontwikkelaar bij Performation en werkte daar bijna negentien jaar, de laatste jaren als directeur. In die jaren werkte hij met ziekenhuizen en andere zorgorganisaties aan software en data die hen hielp om hun zorg beter te organiseren. Zo bouwde hij onder meer mee aan een dataplatform dat gegevens uit de EPD’s van ziekenhuizen samenbracht. Ziekenhuizen konden daarmee bijvoorbeeld zien welke behandelingen effect hadden en hun afspraken met zorgverzekeraars beter onderbouwen. Tijdens de coronapandemie werkte hij ook mee aan het crisiscentrum in Rotterdam dat patiënten over de ziekenhuizen verdeelde. Doordat de gegevens van alle ziekenhuizen op één plek samenkwamen, kon het centrum direct zien waar bedden vrij waren en welk ziekenhuis welk type patiënt kon opnemen. Sinds dit jaar is hij Managing Director van de Business Unit HCI Paramedie. Daar is hij verantwoordelijk voor de koers en de verdere ontwikkeling van HCI One.
Meer patiënten, minder handen
Samenwerken onder één dak is niet de enige verandering die Debby ziet. Ze spreekt veel praktijkhouders en hoort vaak hetzelfde verhaal. Door de vergrijzing hebben meer mensen fysiotherapie en andere paramedische zorg nodig. Met passende zorg verschuiven behandelingen bovendien vaker van het ziekenhuis naar de eerste lijn, waar paramedici een groot deel van die zorg leveren. Het werk voor paramedici neemt daardoor toe, terwijl het aantal zorgverleners niet in hetzelfde tempo meegroeit. Vooral gespecialiseerde fysiotherapeuten zijn moeilijk te vinden. “Die zijn bijna niet te krijgen,” zegt Debby.
De inkomsten groeien intussen niet mee. “De tarieven worden niet verhoogd en alles wordt duurder,” zegt Maarten. “Dus paramedische praktijken moeten breder gaan ondernemen.” Debby ziet dat in de praktijken waar ze langs gaat. Praktijken die met één fysiotherapeut begonnen, groeien soms uit tot een team met meerdere locaties. Er komen andere disciplines bij, of de praktijk biedt naast de behandeling andere vormen van zorg aan, bijvoorbeeld fitness met een abonnement of personal training.
Die groei brengt voor de praktijkhouder ook meer werk met zich mee. Er zijn meer collega’s en locaties om te organiseren. En omdat behandelaars moeilijk te vinden zijn, wil een praktijk de beschikbare tijd zo goed mogelijk besteden. Elk uur dat een behandelaar aan administratie kwijt is, gaat af van de tijd voor zijn patiënten.
Laten zien wat je zorg oplevert
Ook de eisen aan praktijken veranderen. “Als praktijk moet je steeds vaker laten zien of een behandeling werkt en wat het effect is,” zegt Maarten over de eisen van zorgverzekeraars. Een praktijk wil daarvoor bijvoorbeeld kunnen zien hoe patiënten hun behandeling beoordelen. Die uitkomsten staan nu vaak in verschillende systemen. “Het is er allemaal wel, maar het zit in verschillende dashboards en losse bronnen,” zegt Maarten. Voor een praktijk kost het daardoor extra werk om overzicht te houden en verantwoording af te leggen. Daarnaast komen er regelmatig nieuwe regels bij, zoals de nieuwe declaratiestandaard die op 1 januari 2025 inging. Ook patiënten willen steeds vaker zelf zien wat er over hun behandeling is vastgelegd. Naast die eisen verandert ook de samenwerking rond de patiënt.”
Zorgverleners werken binnen de eigen praktijk met andere disciplines samen, en steeds vaker ook op regionaal niveau. Daar ontstaan samenwerkingsverbanden waarin zij afspraken maken over wie welke zorg levert. Zo kunnen ze de groeiende zorgvraag samen aan en doet iedere zorgverlener waar hij het beste in is. Een patiënt met een chronische aandoening zoals COPD krijgt dan één plan van de zorgverleners die hij nodig heeft. Daarvoor moeten zij wel van elkaar weten wat er al is gedaan.
Maarten zag in de ziekenhuiszorg hoe ziekenhuizen in de regio samenwerken met huisartsen en de thuiszorg. Hij hielp ziekenhuizen bij het plannen van de route van een patiënt, van de huisarts naar het ziekenhuis en verder. Het doel was dat iedere patiënt op tijd op de goede plek terecht kwam. Kon iemand na een opname niet naar huis, dan moest er bijvoorbeeld op tijd een plek vrij zijn in een verpleeghuis of bij de thuiszorg. Dat lukte alleen omdat de gegevens van patiënten goed waren vastgelegd en de betrokken organisaties ze met elkaar konden delen.
Dat geldt straks ook voor paramedische praktijken. Spreekt een praktijk in de regio af dat zij de zorg voor patiënten met COPD oppakt, dan moet zij ook bij de dossiers van eerdere behandelaars kunnen.
Een bewezen fundament met de kennis van alle vakgebieden
Al die ontwikkelingen vragen veel van het EPD waarmee een paramedische praktijk werkt. HCI One heeft daarvoor een stevig fundament. Het EPD is webbased en gebouwd op technologie die vernieuwing ondersteunt. Ruim 750 praktijken werken er momenteel dagelijks mee. Op dat fundament bouwt HCI het platform steeds verder uit.
Daarbij put HCI uit kennis die het al lang in huis heeft. Al ruim 25 jaar ontwikkelt HCI software voor de paramedische zorg, en in de loop van de jaren kwamen verschillende bewezen EPD’s onder het dak van HCI, elk met een eigen vakgebied. Voor de fysiotherapie zijn dat FysioRoadmap, SpotOnMedics, FysioLogic, Abakus, Incura en Edevop. Incura richt zich daarnaast vooral op de logopedie, Evry op de diëtetiek en Podofile op de pedicure. Een aantal van die systemen ondersteunt ook ergotherapie en oefentherapie. Ieder systeem bracht zo de kennis van het eigen vakgebied mee.
Die kennis bouwt het ontwikkelteam stap voor stap in HCI One in, zodat iedere paramedische discipline er een plek in krijgt. Een paramedische praktijk die groeit en steeds meer samenwerkt, heeft namelijk een EPD nodig dat de kennis van al die vakgebieden in zich heeft. Dat sluit aan op hoe HCI al langer verschillende onderdelen van de eerstelijnszorg bij elkaar brengt, zoals CEO Robin Dunki Jacobs eerder vertelde. Lees het artikel met Robin hier.
Eén EPD maakt bovendien de ontwikkeling eenvoudiger en gerichter. Het wordt eenvoudiger, omdat het team nieuwe regels, zoals de declaratiestandaard, nog maar één keer hoeft in te bouwen. Het wordt gerichter, omdat de kennis van de ontwikkelaars achter al die systemen steeds meer samenkomt. Zo kan HCI bij onderdelen van HCI One, zoals de agenda, vergelijken welke aanpak het beste werkt.
Wat HCI One betekent voor jouw praktijk
Voor een praktijk betekent HCI One in de eerste plaats dat het EPD meegroeit. HCI One is ingericht op praktijken van 1 tot meer dan 100 fte. Een praktijk die locaties of paramedische disciplines toevoegt, hoeft daarvoor niet van EPD te wisselen.
Daarnaast neemt HCI One steeds meer werk uit handen, ook taken waarvoor geen zorgprofessional nodig is. Een behandelaar ziet zo veel mogelijk vanuit één scherm, en het systeem helpt om een registratie in één keer goed te doen. Op de achtergrond lopen algoritmes en AI mee. Typt een behandelaar bijvoorbeeld dat de patiënt last heeft van zijn rechterknie, dan zet het systeem bij de diagnosecode al “knie rechts” klaar. HCI One Milo AI gaat een stap verder. Milo luistert nu al mee tijdens een consult en legt het gesprek vast. “Met Milo AI krijg je bij een intake gewoon tien minuten terug,” zegt Maarten. De volgende stappen met Milo AI zijn meedenken en meewerken.
Ook buiten de praktijk sluit HCI One aan op wat er gebeurt. Als een van de koplopers bouwt HCI One mee aan het landelijke programma Gegevensuitwisseling Paramedische Zorg. Daarnaast is HCI One verbonden met Uw Zorg Online, eveneens onderdeel van HCI. Uw Zorg Online is een app waarin patiënten hun eigen gezondheidsgegevens kunnen inzien en contact kunnen hebben met hun zorgverleners. Het is de grootste persoonlijke gezondheidsomgeving van Nederland en een van de drie die het ministerie van VWS heeft gekozen om verder te ontwikkelen. Bij een groeiend aantal praktijken die met HCI One werken, kunnen patiënten via Uw Zorg Online al online een eerste afspraak maken. HCI One is bovendien aangehaakt bij de regionale samenwerking die nu in de eerste lijn op gang komt.
HCI One, gebouwd voor de praktijk van morgen
Wie terugdenkt aan het gezondheidscentrum waar Debby dit verhaal mee begon, ziet waar het om draait. De patiënt met overgewicht en knieklachten heeft drie zorgverleners nodig, en die moeten zonder omwegen met elkaar kunnen samenwerken. HCI werkt ernaartoe dat de fysiotherapeut, de diëtist en de podotherapeut dat vanuit één omgeving kunnen doen.
De ontwikkelingen die Debby en Maarten zien, zetten de komende jaren naar verwachting door. Door de vergrijzing groeit de vraag naar paramedische zorg, terwijl er te weinig zorgverleners zijn en de tarieven onder druk staan. Praktijken gaan daardoor breder ondernemen en werken vaker samen met andere disciplines en in de regio. Ook vragen verzekeraars en nieuwe regels steeds meer van de manier waarop praktijken hun zorg vastleggen. HCI One is gebouwd om daarin mee te groeien. Het fundament ligt er, en het team bouwt er stap voor stap op voort. “We blijven nu doen, doen, doen,” zegt Debby.
Uiteindelijk draait het voor Debby en Maarten om de zorgverlener in de behandelkamer. Hoe meer werk HCI One uit handen neemt, hoe meer tijd hij overhoudt voor zijn patiënten. “Met HCI willen we tijd teruggeven om meer aandacht aan de patiënt te besteden,” zegt Maarten.
Wil je meer weten over HCI One?
Ontdek hoe HCI One jouw praktijk helpt om mee te groeien met de veranderingen in de paramedische zorg. Neem hier contact met ons op.



